Cultural appropriation of appreciation?

Zoals je misschien weet ben ik de afgelopen periode bezig om te ontdekken wat mijn Indische kant voor mij betekent. Ik ben me gaan verdiepen in de geschiedenis van Nederlands-Indië en in de traditionele muziek van Indonesië, namelijk gamelan. Ik ging op Marktplaats opzoek naar gamelan instrumenten en vond een best wel afgeleefde Gender, een instrument met bronzen toetsen waar je met een hamertje op slaat. Heel blij nam ik had net gekochte instrument mee naar de studio en begon ermee te experimenteren. Als snel kreeg ik de smaak te pakken en kocht ik er een Bonang bij. De klanken van deze instrumenten geven me heel veel inspiratie en brengen me dichter bij mijn roots. 

Gender en Bonang

Het leren bespelen van een nieuw instrument kost veel tijd, zeker als het in een andere toonsoort staat. Ik bespeel ze vaak om de voor mij onbekende klank in mijn oren te krijgen.

Een tijdje geleden deed de volgende situatie zich voor. Ik vertelde trots aan iemand die ik net leerde kennen dat ik met deze instrumenten aan het experimenteren was. Hij trok zijn wenkbrauw op en vroeg: “Is dat niet een beetje cultural appropriation, als jij als westerse popmuzikant met die instrumenten gaat spelen?”. Aduh! Die vraag voelde als een beschuldiging en deed toch wel een beetje pijn, moet ik eerlijk bekennen. Dit zat hem vooral in het feit dat ik geconfronteerd werd met mijn niet-Indische uiterlijk. Hij zag de link niet tussen mij en die exotische muziek en direct begon ik me af te vragen of ik me deze muziek eigenlijk wel mag toe-eigenen. Ik ben er niet mee opgegroeid, afgezien van de paar gamelanoptredens die ik op Pasar Malams in Nederland heb gezien. 

Toen ik hier verder over na ging denken bedacht ik me dat dit veel dieper gaat dan alleen het uiterlijk. Ik ben niet echt opgegroeid met de Indonesische of Indische cultuur, afgezien van wat gewoontes of gebruiken. Zo heb ik al sinds ik me kan heugen en sapu lidi op mijn kamer (een Indonesische bezem die schijnbaar ook kwade geesten verdrijft), eet ik mijn eten altijd met een lepel en een vork, ken ik veel Indorock songs en krontjongliedjes en kom ik vaak te laat (ofwel ‘jam karet’). Maar in heel veel dingen voel ik mij heel erg Nederlands. Ik vermijd geen conflicten, ik kan best direct zijn, ik kan niet tegen pittig eten, ik geloof niet in zwarte magie, geesten of alle andere dingen die niet wetenschappelijk bewezen zijn, ik ben soms wat grofgebekt en ik vind dat beleefdheid niets te maken heeft met leeftijd of familiaire hiërarchie. 

Dit maakt dat ik me altijd een imposter heb gevoeld in het bijzijn van andere Indo’s die deze cultuur wel sterk uitdragen. Ik hoopte dat gevoel een beetje kwijt te kunnen raken door me erin te verdiepen. Misschien dat daarom de opmerking over cultural appropriation zo steekt. 

Overigens heb ik mijn twijfel hierover al snel aan de kant gezet. Ik ben van mening dat als je op een respectvolle manier omgaat met bepaalde tradities uit andere culturen, je nooit te maken hebt met cultural appropriation, maar met cultural appreciation. Daarom ben ik me aan het verdiepen in de verschillende soorten gamelan die afkomstig zijn van verschillende Indonesische eilanden. Ik onderzoek wat de betekenis is van de muziek, wat de structuren zijn, waar de teksten over gaan, in welke contexten deze muziek werd of wordt gespeeld en hoe ik het respectvol kan gebruiken. 

Dit kan ook een enorme belemmering zijn. Ik merk bij het experimenteren met deze instrumenten in combinatie met popmuziek, dat had je ook tegen kan houden om op nieuwe ideeën te komen. Het is dus een moeilijke balans tussen respect voor de traditie en de materie gebruiken voor innovatieve ideeën. Op dit moment neigt de muziek die ik aan het schrijven ben vaak naar westerse popmuziek met gamelan invloeden, maar langzaam maar zeker begint deze balans te verschuiven, en komt het zwaartepunt niet bij mijn comfortzone te liggen. Ik heb nog een lange weg te gaan, maar ik vind de zoektocht verschrikkelijk interessant. Niet alleen omdat ik een nieuwe muzikale taal aan het leren ben, maar ook omdat ik mij steeds meer verbonden voel met mijn voorouders.

Volgende
Volgende

Halverwege